Totaal structurele kosten 2026

Stand mei

Toelichting

De totale structurele regeldrukkosten als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving in 2026 (stand mei) komen tot nu toe uit op een toename met ongeveer €33,7 miljoen. Dat bestaat uit een toename met ongeveer €29,4 miljoen als gevolg van Europese regelgeving en met ongeveer €4,3 miljoen door nationale regelgeving.

Grootste toenames structurele kosten in 2026 (stand mei)

Grootste toenames structurele kosten in 2026
RegelingToenameMinisterieEU-gerelateerd?
1Verzamelbesluit Besluit bouwwerken leefomgeving 2024 - wijziging van de drempeleis bij buitenruimten €25.950.000Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesJa
2Energieregeling €22.300.000Ministerie van Klimaat en Groene GroeiNee
3Energiebesluit €12.750.000Ministerie van Klimaat en Groene GroeiNee
4Verzamelbesluit Omgevingswet IenW milieu 2025 €2.535.000Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatNee
5

Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva

€2.450.000Ministerie van FinanciënJa

Toelichting

De volgende regelingen veroorzaakten in 2026 tot nu toe (stand mei) de grootste toenames aan structurele regeldrukkosten. 

1. Verzamelbesluit Besluit bouwwerken leefomgeving 2024 – wijziging van de drempeleis bij buitenruimten

Vanaf 1 januari 2026 geldt in Nederland een aangescherpte drempeleis voor nieuwbouwwoningen: de drempel naar een verplichte buitenruimte (zoals balkon, loggia of tuin) mag maximaal 20 mm (0,02 m) hoog zijn. Deze regel is vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en zorgt voor betere toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers, ouderen en mensen met een kinderwagen.

Zie voor meer informatie de Nota van toelichting bij dit Besluit.

2. Energieregeling

In 2026 wijzigt de energieregeling door de inwerkingtreding van de nieuwe Energiewet, met hogere belasting op gas (€0,73/m³) en lagere belasting op stroom (€0,11/kWh). Daarnaast worden digitale meters verplicht en moeten leveranciers vaste modelcontracten aanbieden. De regeling leidt tot eenmalige regeldrukkosten voor bedrijven van minimaal €16,9 miljoen en maximaal €29,1 miljoen. Het grootste deel hiervan betreft inhoudelijke nalevingskosten voor leveranciers, met name voor het aanpassen van processen rond de contractuele verhouding met afnemers en de invoering van het leveranciersmodel. De verschillen tussen de minimale en maximale schatting hangen samen met de flexibiliteit van digitale systemen en de mate waarin leveranciers al persoonsgegevens controleerden.

De structurele regeldrukkosten voor bedrijven worden geraamd op minimaal €14,3 miljoen en maximaal €30,3 miljoen per jaar, eveneens voornamelijk bij leveranciers.

Zie voor meer informatie de Toelichting bij de regeling

3. Energiebesluit

Het Energiebesluit werkt de Energiewet nader uit en bevat uitvoeringsregels voor marktdeelnemers (zoals leveranciers, meetverantwoordelijken en balanceringsverantwoordelijken) en systeembeheerders (TSB’s en DSB’s), onder andere over vergunningverlening, contractuele verhoudingen, leveringszekerheid, financiële eisen en gegevensuitwisseling. Dit leidt tot beperkte eenmalige administratieve lasten (minimaal €175.000 en maximaal €223.000), en tot structurele regeldrukkosten van circa €12,3 tot €13,2 miljoen per jaar.

Zie voor meer informatie de Nota van toelichting bij dit Besluit.

4. Verzamelbesluit Omgevingswet IenW milieu 2025 

Het Verzamelbesluit wijzigt meerdere AMvB’s die onder het stelsel van de Omgevingswet vallen. Daarnaast wijzigt het Verzamelbesluit een enkel onderdeel van onder andere het Asbestverwijderingsbesluit 2005, het Besluit veiligheidsregio’s en het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen. De regeldrukeffecten bestaan enerzijds uit nieuwe meld-, meet-, keurings- en rapportageverplichtingen (bijvoorbeeld voor waterstofinstallaties, asfaltcentrales en sloop met asbest), en anderzijds uit een vermindering van lasten door het vervallen van vergunningplichten en lagere keuringsfrequenties voor bepaalde installaties.

Zie voor meer informatie de Nota van toelichting bij dit Besluit.

5. Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva

Deze wet voert nieuwe Europese regels (DAC8) in om meer inzicht te krijgen in transacties met cryptoactiva, zoals cryptovaluta. Vanaf 1 januari 2026 moeten aanbieders van cryptodiensten gegevens van klanten en hun transacties verzamelen, controleren en delen met belastingautoriteiten binnen de EU. Ook transacties binnen Nederland vallen hieronder. Daarnaast sluit het voorstel aan op internationale afspraken van de OESO voor het uitwisselen van gegevens met landen buiten de EU. Het doel is om meer transparantie te creëren en belastingontduiking via cryptoactiva beter tegen te gaan.

Zie voor meer informatie de Memorie van Toelichting bij de wet.

Grootste afnames structurele kosten in 2026 (stand mei)

Grootste afnames van structurele kosten in 2026
RegelingAfnameMinisterieEU-gerelateerd
1Regeling erkenningen wegverkeer€18.392.327Ministerie van FinanciënNee
2Wet plan van aanpak witwassen€8.800.000Ministerie van FinanciënNee
3Wet banenafspraak€5.300.000Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidNee
4Besluit verhoging grens status organisatie van openbaar belang woningcorporaties€1.440.000

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Nee
5Verzamelbesluit Omgevingswet IenW milieu 2025€810.000Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatNee

Toelichting

De volgende regelingen veroorzaakten in 2026 tot nu toe (stand mei) de grootste afnames aan structurele regeldrukkosten.

1. Regeling erkenningen wegverkeer 

De Regeling regelt de voorwaarden, procedures en toezicht op RDW-erkenningen voor bedrijven in de voertuigbranche. De regeling moderniseert het stelsel en richt zich op het digitaliseren en vereenvoudigen van erkenningen voor specifieke handelingen, zoals het tenaamstellen en importeren van voertuigen.

Zie voor meer informatie de Toelichting bij de regeling.

2. Wet plan van aanpak witwassen

De Wet plan van aanpak witwassen versterkt het Nederlandse anti-witwasstelsel door de samenwerking tussen poortwachters (zoals banken) en overheid te intensiveren en gegevensdeling onder strikte voorwaarden mogelijk te maken. Kernpunten zijn de wettelijke basis voor gezamenlijke transactiemonitoring, het delen van signalen over ongebruikelijke transacties, aanvullende verplichtingen rond cliëntenonderzoek (CDD) en een versterkte rol voor coördinatie en toezicht binnen het Wwft-kader. Het verbod op contante betalingen vanaf €3.000 voor beroeps- of bedrijfsmatige handelaren als kopers en verkopers in goederen heeft gevolgen voor de regeldruk. De huidige verplichtingen uit de Wwft, die gelden voor deze handelaren bij het verrichten van contante betalingen van €10.000 of meer, komen te vervallen. Dit betekent dat deze handelaren geen cliëntenonderzoek meer hoeven te verrichten en geen ongebruikelijke transacties meer hoeven te melden bij de FIU-Nederland. Het vervallen van deze verplichtingen brengt voor die handelaren een vermindering van de structurele nalevingskosten met zich mee van naar schatting €8,8 miljoen.

3. Wet banenafspraak

Per 1 januari 2026 zijn vereenvoudigingen in de Wet banenafspraak en het quotum arbeidsbeperkten in werking getreden. Het doel van deze herziene wetgeving is om het voor werkgevers makkelijker te maken mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en te houden. Daarbij worden de regels rondom de registratie en de quotumregeling gestroomlijnd.

Zie voor meer informatie de Memorie van toelichting bij deze Wet.

4. Besluit verhoging grens status organisatie van openbaar belang woningcorporaties

Het besluit bepaalt dat instellingen met 20.000 of minder gewogen verhuureenheden (vhe) niet langer als organisatie van openbaar belang (OOB) worden beschouwd. Hierdoor vallen naar verwachting 124 corporaties niet meer onder het strengere OOB-regime, wat leidt tot lagere administratieve lasten en minder complexe accountantsverplichtingen. De OOB-status bracht extra kosten met zich mee, vooral door verplichte opdrachtgerichte kwaliteitscontroles (OKB). Door het vervallen van de OOB-status krijgen corporaties meer tijd en financiële ruimte om hun reguliere taken uit te voeren en nemen de regeldrukkosten naar verwachting met €1,4 miljoen af.

5. Verzamelbesluit Omgevingswet IenW milieu 2025

Het Verzamelbesluit wijzigt meerdere AMvB’s die onder het stelsel van de Omgevingswet vallen. Daarnaast wijzigt het Verzamelbesluit een enkel onderdeel van onder andere het Asbestverwijderingsbesluit 2005, het Besluit veiligheidsregio’s en het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen. De regeldrukeffecten bestaan enerzijds uit nieuwe meld-, meet-, keurings- en rapportageverplichtingen (bijvoorbeeld voor waterstofinstallaties, asfaltcentrales en sloop met asbest), en anderzijds uit een vermindering van lasten door het vervallen van vergunningplichten en lagere keuringsfrequenties voor bepaalde installaties.

Zie voor meer informatie de Nota van toelichting bij dit Besluit.