Totaal eenmalige kosten 2026

Stand mei

Toelichting

De totale eenmalige regeldrukkosten als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving in 2026 tot nu toe (stand mei) komen uit op €61,5 miljoen. Hiervan wordt €29,7 miljoen veroorzaakt door nationale regelgeving en is €31,8 miljoen het gevolg van Europese regelgeving.

Grootste toenames eenmalige kosten in 2026 (stand januari)

Grootste toenames eenmalige kosten in 2026
RegelingToenameMinisterieEU-gerelateerd?
1

Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva

€27.700.000Ministerie van FinanciënJa
2Energieregeling €23.000.000Ministerie van Klimaat en Groene GroeiNee
3Belastingplan 2025 €6.500.000Ministerie van Financiën Nee
4Implementatiewet gewijzigde AIFM-richtlijn en ICBE-richtlijn €4.101.000Ministerie van FinanciënJa
5Energiebesluit €199.000Ministerie van Klimaat en Groene GroeiNee

Toelichting

De volgende regelingen veroorzaakten in 2026 tot nu toe (stand mei) de meeste eenmalige regeldrukkosten.

1. Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva

Deze wet voert nieuwe Europese regels (DAC8) in om meer inzicht te krijgen in transacties met cryptoactiva, zoals cryptovaluta. Vanaf 1 januari 2026 moeten aanbieders van cryptodiensten gegevens van klanten en hun transacties verzamelen, controleren en delen met belastingautoriteiten binnen de EU. Ook transacties binnen Nederland vallen hieronder. Daarnaast sluit het voorstel aan op internationale afspraken van de OESO voor het uitwisselen van gegevens met landen buiten de EU. Het doel is om meer transparantie te creëren en belastingontduiking via cryptoactiva beter tegen te gaan.

Zie voor meer informatie de Memorie van Toelichting bij de wet.

2. Energieregeling

In 2026 wijzigt de energieregeling door de inwerkingtreding van de nieuwe Energiewet, met hogere belasting op gas (€0,73/m³) en lagere belasting op stroom (€0,11/kWh). Daarnaast worden digitale meters verplicht en moeten leveranciers vaste modelcontracten aanbieden. De regeling leidt tot eenmalige regeldrukkosten voor bedrijven van minimaal €16,9 miljoen en maximaal €29,1 miljoen. Het grootste deel hiervan betreft inhoudelijke nalevingskosten voor leveranciers, met name voor het aanpassen van processen rond de contractuele verhouding met afnemers en de invoering van het leveranciersmodel. De verschillen tussen de minimale en maximale schatting hangen samen met de flexibiliteit van digitale systemen en de mate waarin leveranciers al persoonsgegevens controleerden

De structurele kosten voor bedrijven wordt geraamd op minimaal €14,3 miljoen en maximaal €30,3 miljoen per jaar, eveneens voornamelijk bij leveranciers.

Zie voor meer informatie de Toelichting bij de regeling.

3. Belastingplan 2025

De huidige btw-herzieningsregeling wordt uitgebreid met diensten die de kenmerken bezitten van investeringsgoederen. Deze uitbreiding heeft gevolgen voor ondernemers met vastgoed, die moeten nagaan of hun diensten hieronder vallen. Dit leidt tot extra administratieve verplichtingen, vooral voor ondernemers die vastgoed gebruiken voor zowel btw-belaste als btw-vrijgestelde prestaties. Ook ondernemers die uitsluitend een van beide gebruiken, moeten investeringsdiensten administratief volgen. Er wordt verwacht dat vooral deze eerste groep te maken krijgt met hogere administratieve lasten. Rekening houdend met kennisnamekosten en het aanpassen van systemen zal de eenmalige regeldruk naar verwachting circa €6,5 miljoen bedragen. Deze maatregel uit het Belastingplan treedt op 1 januari 2026 in werking.

Zie voor meer informatie de Memorie van toelichting bij het Belastingplan.

4. Implementatiewet gewijzigde AIFM-richtlijn en ICBE-richtlijn

Deze implementatiewet past de Nederlandse financiële toezichtswetgeving aan om nieuwe Europese regels voor beleggingsfondsen in te voeren. De regels gelden zowel voor alternatieve beleggingsfondsen (zoals hedgefondsen en vastgoedfondsen) als voor gewone beleggingsfondsen voor particuliere beleggers. Het doel is om de regels binnen de EU verder te harmoniseren en de bescherming van beleggers en de financiële stabiliteit te versterken. Beheerders van fondsen moeten onder meer beter regelen hoe zij omgaan met grote in- en uitstroom van beleggers, terwijl er ook strengere regels komen voor fondsen die leningen verstrekken. Daarnaast worden eisen gesteld aan het bestuur van fondsbeheerders en wordt het onder voorwaarden mogelijk om bewaarders uit andere EU-landen in te schakelen.

Zie voor meer informatie de Memorie van Toelichting bij deze wet.

5. Energiebesluit

Het Energiebesluit werkt de Energiewet nader uit en bevat uitvoeringsregels voor marktdeelnemers (zoals leveranciers, meetverantwoordelijken en balanceringsverantwoordelijken) en systeembeheerders (TSB’s en DSB’s), onder andere over vergunningverlening, contractuele verhoudingen, leveringszekerheid, financiële eisen en gegevensuitwisseling. Dit leidt tot beperkte eenmalige administratieve lasten (minimaal €175.000 en maximaal €223.000) en tot structurele regeldrukkosten van circa €12,3 tot €13,2 miljoen per jaar.

Zie voor meer informatie de Nota van toelichting bij dit Besluit.