De overheid werkt aan het verminderen van onnodige regels. In totaal worden 500 regels die voor veel regeldruk zorgen aangepast of vereenvoudigd. Op deze pagina ziet u de stand van zaken voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
Stand van zaken IenW
|
Verplichting |
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|---|
| Aanleveren projectplan t.b.v. beoordeling subsidie COVER (Tijdelijke subsidieregeling collectieven mkb verduurzaming reisgedrag (COVER)) | Bij aanvraag van een COVER- subsidie moet de aanvrager een projectplan en een aantal formats aanleveren waarmee zij aantonen aan de subsidie-voorwaarden te voldoen. | IenW heeft een aantal onderdelen van het verplicht in te dienen projectplan geschrapt die niet nodig bleken voor de beoordeling. Bijvoorbeeld een hoofdstuk over hoe de lessen van de gesubsidieerde activiteit aan andere partijen gecommuniceerd zouden worden of door het versimpelen van de formats voor bijvoorbeeld de onderbouwing van de CO2-reductie. | Dit is gepubliceerd in de Staatscourant 2025, 36235 en per 1 januari 2026 in werking is getreden. |
|
ACM-toezicht op tarieven en voorwaarden voor dienstfaciliteiten (o.a. faciliteiten op stations) (Spoorwegwet). |
Voorafgaand aan een aanbesteding van een concessie voor openbaar vervoer per trein, zijn de aanbieders van deze faciliteiten verplicht hun voorwaarden door de ACM vooraf te laten beoordelen op redelijkheid en non-discriminatie. |
IenW kijkt samen met ACM naar de mogelijkheid om deze regel te schrappen via een zorgvuldig proces. |
In voorbereiding. |
|
Het ter beschikking stellen van informatie en etikettering over het energiegebruik van personenauto's afkomstig van de leverancier (Besluit etikettering energiegebruik personenauto's). |
De leverancier is verantwoordelijk voor het afleveren van informatie over nieuwe personenauto's die diegene levert aan handelaren. Hieronder vallen informatie omtrent energie-etiketten, brandstofverbruiksgidsen en een poster of een display omtrent het energiegebruik van alle uitgestalde, ter koop of ter leasing aangeboden auto's. Brandstofverbruiksgidsen dienen kosteloos aangeboden te worden, de overige informatie enkel tegen kostprijs. |
IenW geeft aan dat de verplichting van het verspreiden en beschikbaar stellen van de brandstofverbruiksgids mogelijk kan worden geschrapt. In plaats hiervan wordt gedacht aan een online gids. |
In voorbereiding. Het besluit waarmee de 4 regels ter aanzien van etikettering worden geschrapt, wordt voorgelegd aan de nieuwe bewindspersoon alvorens deze naar de MR te sturen. |
|
Het ter beschikking stellen van informatie en etikettering over het energiegebruik van personenauto's afkomstig van de leverancier (Besluit etikettering energiegebruik personenauto's). |
Het is een autohandelaar verboden om bij nieuwe personenauto's niet duidelijk zichtbaar een energie-etiket te presenteren. Daarnaast moet de consument op verzoek een gratis brandstofverbruiksgids kunnen krijgen. |
IenW geeft aan dat er een wijzigingsbesluit voorligt waarmee de frequentie van het actualiseren van etiketten van tentoongestelde nieuwe personenauto's tijdens jaarwisselingen wordt gehalveerd. |
In voorbereiding. Het besluit waarmee de 4 regels ter aanzien van etikettering worden geschrapt, wordt voorgelegd aan de nieuwe bewindspersoon alvorens deze naar de MR te sturen. |
|
Het ter beschikking stellen van informatie en etikettering over het energiegebruik van personenauto's afkomstig van de leverancier (Besluit etikettering energiegebruik personenauto's). |
Rapportageplicht: De leverancier verstrekt jaarlijks gegevens over de benaming van de modellen waarvan diegene weet/verwacht die volgend jaar in de handel te brengen, en de groeperingen van varianten of uitvoeringen van een merk tot modellen nieuwe personenauto's. |
IenW geeft aan dat er een wijzigingsbesluit voorligt waarmee deze regel wordt geschrapt. De RDW is akkoord dat het brandstofverbruikboekje in het vervolg op basis van CVO's (Certificaten van Overeenstemming) kan worden samengesteld. |
In voorbereiding. Het besluit waarmee de 4 regels ter aanzien van etikettering worden geschrapt, wordt voorgelegd aan de nieuwe bewindspersoon alvorens deze naar de MR te sturen. |
|
Het ter beschikking stellen van informatie en etikettering over het energiegebruik van personenauto's afkomstig van de leverancier (Besluit etikettering energiegebruik personenauto's). |
Rapportageplicht: De leverancier verstrekt tussen de jaarlijkse mededelingen de gegevens omtrent de aangeboden nieuwe modellen personenauto's in Nederland, voor zover de gegevens over deze modellen niet eerder zijn verstrekt. |
IenW geeft aan dat er een wijzigingsbesluit voorligt waarmee deze regel wordt geschrapt. |
In voorbereiding. Het besluit waarmee de 4 regels ter aanzien van etikettering worden geschrapt, wordt voorgelegd aan de nieuwe bewindspersoon alvorens deze naar de MR te sturen. |
|
Jaarlijks gegevens over zakelijke mobiliteit en woon-werkmobiliteit van werknemers aanleveren (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
Jaarlijks gegevens over zakelijke mobiliteit en woon-werkmobiliteit van werknemers verzamelen en rapporteren aan de RVO. Organisaties rapporteren het aantal gereisde kilometers, de gebruikte reismodaliteiten en het type brandstof. |
Organisaties tot 250 werknemers hoeven niet te rapporteren over de zakelijke en woon-werkreizen van hun werknemers. Zie hierover ook de Kamerbrief vanuit EZ van 5 september. |
Een internetconsultatie is momenteel gaande voor de wetswijziging die toeziet op de uitzondering voor bedrijven tot 250 werknemers. Deze consultatie sluit op 9 maart. |
|
Formaldehyde bij gasmotoren op vergistingsgas (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
Bij gasmotoren op vergistingsgas kunnen emissies van formaldehyde plaatsvinden. Op dit moment geldt in meerdere situaties dan een generieke eis van 1 mg/Nm3. |
Het voorstel is om vooralsnog aan te sluiten bij de eis voor aardgasgestookte gasmotoren en de eisen in Duitsland en om een grenswaarde op te nemen van 10 mg/Nm3. Deze wijziging wordt onderdeel van het Verzamelbesluit Omgevingswet IenW milieu 2027. |
In voorbereiding. Geen veranderingen ten opzichte van de omschreven actie. |
|
Het opslaan van goederen met een stuifclassificatie in een gesloten ruimte (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, opgeslagen en gemengd in een gesloten ruimte. Brokken klei vallen onder stuifklasse S4. |
IenW is bezig met het voorbereiden van een wetswijziging waardoor de stuifklassen voor grond, zand en brokken klei uit de stuifklassenlijst gehaald worden. Door deze wijziging zal er dan geen verplichting meer zijn voor opslag in een gesloten ruimte van zand, grond en brokken klei. Deze wijziging is onderdeel van het Verzamelbesluit milieu 2027. |
In voorbereiding. Geen veranderingen ten opzichte van de omschreven actie. |
|
Het opslaan van goederen met een stuifclassificatie in een gesloten ruimte (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, opgeslagen en gemengd in een gesloten ruimte. Grond valt in, afhankelijk van welk type het betreft, stuifklasse S2 of S4. |
IenW is bezig met het voorbereiden van een wetswijziging waardoor de stuifklassen voor grond, zand en brokken klei uit de stuifklassenlijst gehaald worden. Door deze wijziging zal er dan geen verplichting meer zijn voor opslag in een gesloten ruimte van zand, grond en brokken klei. Deze wijziging is onderdeel van het verzamelbesluit milieu 2027. |
In voorbereiding. Geen veranderingen ten opzichte van de omschreven actie. |
|
Het opslaan van goederen met een stuifclassificatie in een gesloten ruimte (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, opgeslagen en gemengd in een gesloten ruimte. Schroot met een bepaalde mate van roest valt onder stuifklasse S4. |
De eerste resultaten uit onderzoek wijzen erop dat ‘schroot met een bepaalde mate van roest’ in stuifklasse S5 valt en niet in S4. Voor goederen in de stuifklasse S5 (niet of nauwelijks stuifgevoelig) geldt de maatregel ‘gesloten ruimte’ uit het Bal niet. Het ligt voor de hand om het Bal hierop aan te passen en schroot met een bepaalde mate van roest in te delen in stuifklasse S5. Deze wijziging bevindt zich in eindfase van onderzoek. |
In voorbereiding. Geen veranderingen ten opzichte van de omschreven actie. |
|
Het opslaan van goederen met een stuifclassificatie in een gesloten ruimte (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S4, opgeslagen en gemengd in een gesloten ruimte. Zand valt in, afhankelijk van welke type het betreft, stuifklasse S2 of S4. |
IenW is bezig met het voorbereiden van een wetswijziging waardoor de stuifklassen voor grond, zand en brokken klei uit de stuifklassenlijst gehaald worden. Door deze wijziging zal er dan geen verplichting meer zijn voor opslag in een gesloten ruimte van zand, grond en brokken klei. Deze wijziging is onderdeel van het Verzamelbesluit milieu 2027. |
In voorbereiding. Geen veranderingen ten opzichte van de omschreven actie. |
|
Keuringsplicht noodvoorzieningen (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
De verplichting om noodvoorzieningen met minder dan 500 uur eens in de 2 jaar in een bedrijf te laten keuren. |
De keuringsfrequentie van noodvoorzieningen die minder dan 500 uur in bedrijf zijn wordt verlaagd van 1 keer per 2 jaar naar 1 keer per 4 jaar. Deze wijziging treedt op 1 januari 2026 in werking. |
Dit is op 1 januari 2026 in werking getreden. |
|
Verbod op gebruik van wegwerpbekers en -bakjes, en meerprijs voor wegwerpbekers en -bakjes die plastic bevatten (Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik). |
Het bedrijfsmatig aanbieden door de exploitant van voedselverpakkingen van kunststof voor eenmalig gebruik aan de eindgebruiker voor de consumptie buiten een voedseluitgiftelocatie, geschiedt voor een meerprijs ten opzichte van de prijs van het voedsel of de drank zelf. Afhaal- en bezorglocaties en supermarkten moeten sinds 1 juli 2023 een meerprijs rekenen aan de klant voor wegwerpbekers en -bakjes die plastic bevatten. |
De meerprijs voor wegwerpbekers en -bakjes die plastic bevatten wordt afgeschaft. Deze aanpassing wordt in 2027 van kracht. |
IenW werkt aan een wijziging van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Het streven is dat een internetconsultatie over de beoogde wijzigingen in 2026 plaatsvindt. |
|
Verbod op tanken met vloeibare brandstoffen (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
Een schip met gasvormige gevaarlijke stoffen mag niet worden getankt met vloeibare brandstoffen. |
Bal artikel 4.546, tweede lid, wordt geschrapt. In dit lid wordt niet iets anders gereguleerd dan wat in het derde lid wordt gereguleerd. Beide leden borgen namelijk de veiligheidseis dat het vrijkomen van dampvormige lading niet kan reageren met de gebunkerde brandstof, maar geven de normadressaat wel meer handelingsruimte. |
Zal per 1 januari 2027 worden doorgevoerd. |
|
Verplichting tot het nemen van maatregelen omtrent milieubelastende activiteiten vanuit het BAL. Betreft: Stookinstallaties (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
De vergunningplicht voor het verbranden van waterstof in installaties van 100 kW tot 50 MW (kleine en middelgrote stookinstallaties). |
De vergunningplicht voor het verbranden van waterstof in installaties van 100 kW tot 50 MW (kleine en middelgrote stookinstallaties) is komen te vervallen en is vervangen door een meldplicht. |
Dit is op 1 januari 2026 in werking getreden. |
|
Voor hoogspanningsverbindingen gelden de geluidsregels van het omgevingsplan, inclusief bepalingen die automatisch van kracht worden bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (Omgevingswet). |
Bij het opnemen van bestaande of toegelaten hoogspanningsverbindingen in het definitieve omgevingsplan gelden de instructieregels voor geluid. |
IenW bereidt een nieuw artikel in het Bkl voor, dat voorziet in eerbiedigende werking voor bestaande en toegestane hoogspanningsverbindingen. Dit zorgt voor een forse vermindering van onderzoeks- en uitvoeringslasten. |
Status: in voorbereiding. |
|
Voor hoogspanningsverbindingen gelden de geluidsregels van het omgevingsplan, inclusief bepalingen die automatisch van kracht worden bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (Omgevingswet). |
Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn geluidsregels van het tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan automatisch en per direct gaan gelden voor hoogspanningsverbindingen. |
De automatische werking van geluidsregels van het tijdelijk deel van het gemeentelijke omgevingsplan voor hoogspanningsverbindingen is al gecorrigeerd met de Vangnetregeling Omgevingswet (Stcrt. 2023, 32876). Daarnaast bereidt IenW een nieuw artikel in het Bkl voor, dat de instructieregels voor gemeenten over geluid inkadert voor het vaststellen van definitieve omgevingsplannen met betrekking tot hoogspanningsverbindingen. |
Status Vangnetregeling Omgevingswet: al van kracht. Status wijziging Bkl: in voorbereiding (voorstel is inhoudelijk afgestemd met KGG en TenneT). |
|
Voorkomen van diffuse emissies (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
De verplichting om met het oog op het beperken van emissies in de lucht en het voorkomen of beperken van geluidshinder steen in een gesloten ruimte mechanisch te bewerken. |
Naar aanleiding hiervan heeft IenW een wijziging in het Bal doorgevoerd, waardoor een bedrijf kan kiezen uit een gesloten ruimte of nat houden om diffuse emissies te voorkomen. Deze wijziging treedt 1 januari 2026 in werking (Stb. 2025, 242). |
Dit is op 1 januari 2026 in werking getreden. |
|
Stukken dienen in meervoud te worden ingediend bij afvalbeheerbijdrage binnenvaart (Scheepsafvalstoffenbesluit rijn- en binnenvaart). |
De schipper vult in drievoud in namens de eigenaar van het schip. |
Het Scheepsafvalstoffenbesluit wordt gewijzigd. Dit vanwege de komst van het SPE-CDNI: het elektronisch betaalsysteem waarmee de verplichte afvalverwijderingsbijdrage wordt betaald. Het betreffende artikel is dan ook herschreven. Er is geen sprake meer van drievoudig opmaken per de beoogde inwerkingtreding op 1 juli 2026. |
Aan de wijziging van het Scheepsafvalstoffenbesluit wordt momenteel de laatste hand gelegd. De verwachting is dat de wijziging in februari in procedure gebracht wordt met een beoogde inwerkingtreding per 1 juli 2026. |
|
Aanleveren projectplan ten behoeve van beoordeling COVER-subsidie (Tijdelijke subsidieregeling collectieven mkb verduurzaming reisgedrag (COVER)). |
Bij aanvraag van een COVER- subsidie moet de aanvrager een projectplan en een aantal formats aanleveren waarmee diegene aantoont aan de subsidievoorwaarden te voldoen. |
IenW heeft een aantal onderdelen van het verplicht in te dienen projectplan geschrapt die niet nodig bleken voor de beoordeling. Bijvoorbeeld een hoofdstuk over hoe de lessen van de gesubsidieerde activiteit aan andere partijen gecommuniceerd zouden worden. Ook zijn de formats voor bijvoorbeeld de onderbouwing van de CO2-reductie versimpeld. |
Dit is gepubliceerd in de Staatscourant 2025, 36235. Per 1 januari 2026 in werking getreden. |
|
Verplichting tot het nemen van maatregelen omtrent milieubelastende activiteiten vanuit het BAL. Betreft: Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). |
Als milieubelastende activiteit wordt aangewezen het graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 kubieke meter. Deze aanwijzing omvat ook: 1) het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie, 2) het tijdelijk opslaan van grond op de locatie van het graven, 3) het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen van grond. |
IenW is bezig met het aanpassen van regelgeving op het gebied van bodem om verschrijvingen, inconsistenties, onjuiste verwijzingen en omissies te corrigeren (Verzamelbesluit bodem 2026). Hiermee wordt gewerkt aan het voorkomen van dubbele informatieplicht. |
Verwachte inwerkingtreding: voorjaar 2026. |
| Aanleveren gegevens en bescheiden grond en baggerspecie (Omgevingswet) | De regel bepaalt welke gegevens en bescheiden moeten worden aangeleverd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van grond of baggerspecie. | De verplichting wordt geschrapt om in de situatie dat verschillende partijen grond of baggerspecie worden samengevoegd nog eens apart hiervoor gegevens of bescheiden aan te leveren. | Notificatie ontwerp-Verzamelregeling IenW Bodem 2026 bij de EC in verband met technische voorschriften. |
| Accountantscontrole vaststelling subsidie zero-emissie mobiliteit (Kaderbesluit subsidies I en M) | Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit: subsidieregeling voor, onder meer, de investering in de aanleg of opwaardering van waterstoftankstations en de aanschaf en retrofit van zware vervoermiddelen en - werktuigen. | Per 1 februari 2026 hoeft een aanvraag tot vaststelling van de subsidie geen controleverklaring (accountantscontrole) meer te bevatten. | De Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 26 januari 2026, nr. IENW/BSK-2026/868, tot wijziging van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit in verband met aanpassingen van financiële en technische aard aan de paragraaf Waterstof in mobiliteit is op 1 februari 2026 in werking getreden. |
| Beschikking onderzoek op grond van een derde (Omgevingswet) | (Voor)onderzoek op de grond van een derde ivm realisatie van een werk van algemeen belang vereist beschikking die moet worden aangevraagd. | Met ingang van 1/1/2026 (Stb. 2025,349) geldt artikel 10.10j Ow waardoor in de ontwerpfase voor de aanleg, instandhouding, wijziging, verplaatsing of opruiming van de werken van algemeen belang van de artikel 10.13 , 10.14 en 10.15 Ow een gedoogplicht van rechtswege geldt. Er hoeft dus geen beschikking meer te worden aangevraagd om dergelijke werkzaamheden te kunnen verrichten. Dit is onder meer van belang bij realisatie van energie- en mijnbouwprojecten (10.14 Ow). | Artikel V van de Verzamelwet KGG 2026 is in werking getreden op 1 januari 2026. |
| Certificering zeeschepen Caribische handelszone (Schepenwet) | Binnen de Caribische handelszone kunnen schepen gecertificeerd worden op grond van de CCSS-code. | In de Rvz wordt toegevoegd dat kan worden gekozen om een olietanker of een tanker met een lengte van minder dan 24 meter waarmee uitsluitend reizen worden ondernomen binnen de Caribische handelszone te laten onderzoeken en certificeren op grond van de CCSS-Code. De CCSS-Code stond dit al toe, maar deze optie was nog niet verwerkt in de Nederlandse regelgeving. De CCSS-Code kent lichtere eisen dan de algemene regelgeving voor deze schepen. | Ontwerpregeling tot wijziging van de Regeling veiligheid zeeschepen in verband met het aanpassen van bepalingen betreffende het nationaal veiligheidscertificaat en enkele andere wijzigingen gereed voor vaststelling, in afwachting van wijziging Schepenbesluit 2004. |
| Eisen voor schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren (Scheepvaartverkeerswet) | Schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren moeten voldoende afstand houden tot andere schepen wanneer zij naast elkaar zijn afgemeerd. | Specifieke schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren mogen afwijken van de standaard afmeerafstanden op aangewezen ligplaatsen. | Besluit van 12 mei 2025, houdende wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement in verband met het mogelijk maken van gemengd afmeren voor schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren (Stb. 2025, 140) is in werking getreden op 1 juli 2025. |
| Erkenningsregels RDW (Wegenverkeerswet 1994) | Verschillende regelingen erkenningenstelsel RDW (lamineerders). Regels voor ondernemers die voor de RDW blanco-kentekenplaten produceren. | Dit is onderdeel van de modernisering van het erkenningenstelsel RDW. Er is één basiserkenning gekomen, waaronder ondernemers die meerdere erkenningen hebben niet langer afzonderlijke erkenningen hoeven te verkrijgen. Verder is er nu één erkenningsregeling (Regeling erkenningen wegverkeer), waardoor afzonderlijke erkenningsregelingen zijn komen te vervallen. | De Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer) is op 1 januari 2026 in werking getreden. |
| Erkenningsregels RDW (Wegenverkeerswet 1994) | Verschillende regelingen erkenningenstelsel RDW. Regels voor ondernemers die folie produceren dat wordt gebruikt bij de productie van kentekenplaten. | Dit is onderdeel van de modernisering van het erkenningenstelsel RDW. Er is één basiserkenning gekomen, waaronder ondernemers die meerdere erkenningen hebben niet langer afzonderlijke erkenningen hoeven te verkrijgen. Verder is er nu één erkenningsregeling (Regeling erkenningen wegverkeer), waardoor afzonderlijke erkenningsregelingen zijn komen te vervallen. Verder bevordert de regeling digitalisering, door bijvoorbeeld niet langer voor te schrijven dat bepaalde documenten fysiek op een werkplaats aanwezig moeten zijn. | De Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer is in werking getreden op 1 januari 2026. |
| Erkenningsregels RDW (Wegenverkeerswet 1994) | Verschillende regelingen erkenningenstelsel RDW. Regels voor ondernemers die namens de RDW kentekenplaten produceren. | Het erkenningenstelsel is gemoderniseerd (MERK). Er is één basiserkenning gekomen, waaronder ondernemers die meerdere erkenningen hebben niet langer afzonderlijke erkenningen hoeven te verkrijgen. Verder is er nu één erkenningsregeling (Regeling erkenningen wegverkeer), waardoor afzonderlijke erkenningsregelingen zijn komen te vervallen. Verder bevordert de regeling digitalisering, door bijvoorbeeld niet langer voor te schrijven dat bepaalde documenten fysiek op een werkplaats aanwezig moeten zijn. | De Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer is in werking getreden op 1 januari 2026. |
| Erkenningsregels RDW (Wegenverkeerswet 1994) | Verschillende regelingen erkenningenstelsel RDW: aanpassing voertuigen. | De Regeling aanpassing voertuigen regelde erkenningsregels voor keuring van LPG-voertuigen en de wijziging in de goedkeuring van voertuigen. Deze actie is onderdeel van de modernisering erkenningenstelsel van de RDW. | De Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer) is op 1 januari 2026 in werking getreden. |
| Erkenningsregels RDW (Wegenverkeerswet 1994) | Verschillende regelingen erkenningenstelsel RDW: APK. | De erkenning APK stelt regels voor ondernemingen die namens de RDW tachograafkeuringen uitvoeren. De actie is onderdeel van de modernisering van het erkenningenstelsel van de RDW. | De Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer) is 1 januari 2026 in werking getreden. |
| Erkenningsregels RDW (Wegenverkeerswet 1994) | Verschillende regelingen erkenningenstelsel RDW: bedrijfsvoorraad. | De erkenning bedrijfsvoorraad stelt bedrijven in staat nieuwe of gebruikte voertuigen op te nemen in de bedrijfsvoorraad van een bedrijf. Deze actie is onderdeel van de modernisering van het erkenningenstelsel van de RDW. | De Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer) is op 1 januari 2026 in werking getreden. |
| Erkenningsregels RDW (Wegenverkeerswet 1994) | Verschillende regelingen erkenningenstelsel RDW: exportdienstverlening. | De erkenning exportdienstverlening is voor ondernemers die voertuigen exporteren naar het buitenland. Deze actie is onderdeel van de modernisering van het erkenningenstelstel van de RDW. | De Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer) is op 1 januari 2026 in werking getreden. |
| Erkenningsregels RDW (Wegenverkeerswet 1994) | Verschillende regelingen erkenningenstelsel RDW: handelaarskentekens en kentekenbewijzen. | Met een handelaarskenteken kunnen ondernemers met een voertuig op de weg rijden met een handelaarskenteken. Daarvoor is een erkenning handelaarskenteken vereist. Deze actie is onderdeel van de modernisering van het erkenningenstelsel van de RDW. | De Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer) is 1 januari 2026 in werking getreden. |
| Erkenningsregels RDW (Wegenverkeerswet 1994) | Verschillende regelingen erkenningenstelsel RDW: tenaamstelling. | De erkenning tenaamstelling is bedoeld voor ondernemers die namens de RDW de tenaamstelling van een voertuig regelen. Deze actie is onderdeel van de modernisering van het erkenningenstelsel van de RDW. | De Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer) is op 1 januari 2026 in werking getreden. |
| Gegevensuitwisseling taxivervoer (Besluit personenvervoer 2000) | Bij de boordcomputer voor taxi’s moeten vervoerders software aanschaffen voor de verwerking van de gegevens. | Onder de centrale database taxivervoer kunnen software-updates, vaker dan bij de boordcomputer voor taxi’s, op afstand plaatsvinden, in plaats van bij een erkende werkplaats. | De Regeling centrale database taxivervoer is in werking getreden op 1 juli 2025. Artikel II, onder D, van het Besluit van 25 april 2025, houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 en het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met de invoering van de centrale database taxivervoer treedt in werking op 1 januari 2028. |
| Gegevensuitwisseling taxivervoer (Besluit personenvervoer 2000) | De inbouw en activering van boordcomputer voor taxi’s dient te worden gedaan bij een RDW-erkende werkplaats. | De RDW-erkenning en -certificering wordt in zijn geheel vervangen door een ISO- certificering. | De Regeling centrale database taxivervoer is in werking getreden op 1 juli 2025. Artikel II, onder D, van het Besluit van 25 april 2025, houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 en het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met de invoering van de centrale database taxivervoer treedt in werking op 1 januari 2028. |
| Gegevensuitwisseling taxivervoer (Besluit personenvervoer 2000) | Vervanging van de boordcomputer voor taxi’s (BCT) door de Centrale database taxi (CDT) | De CDT maakt geen gebruik van deze kaarten. Dit bespaart vervoerders, bestuurders en werkplaatsen de tijd en kosten van het aanvragen, omwisselen en op naam ontvangen van de kaarten. | De Regeling centrale database taxivervoer is in werking getreden op 1 juli 2025. Het betreft de chauffeurskaart, ondernemerskaart, boordcomputerkaart en keuringskaart die vervallen per 1/1/2028. |
| Meldingsplicht inspectie zeeschip (Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart) | Een zeeschip dat onderweg is naar een haven en dat in aanmerking komt voor een uitgebreide inspectie meldt dit bij de bevoegde autoriteit. | De meldingsformaliteit komt te vervallen. | Het Besluit van 16 maart 2026 tot wijziging van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart in verband met de invoering van het Maritime National Single Window is op 27 maart 2026 in werking getreden. |
| Milieukwaliteitseisen schuimglas en zwelklei (Regeling bodemkwaliteit 2022) | De regels bepalen de milieukwaliteitseisen voor schuimglas (voor de stoffen antimoon, arseen, chroom en koper ) en zwelklei (voor de stoffen chroom en molybdeen), en bevatten de aanwijzing van normdocumenten (voor groutproducten en zwelkleiproducten). | Vanwege de verruiming van de milieukwaliteitseisen voor schuimglas en zwelklei voor de genoemde stoffen en de aanwijzing van de nieuwe normdocumenten t.a.v. deze producten maakt dat de bedrijven die zwelklei leveren dit direct kunnen leveren en dat er bij grotere toepassingen geen partijkeuringen benodigd zijn en wordt de levering van schuimglas ook eenvoudiger. | De Regeling houdende wijziging van de Regeling bodemkwaliteit 2022 in verband met een verandering in de normstelling voor zwelklei en schuimglas en de aanwijzing van twee normdocumenten (Stcrt. 2024, 39833) is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Rijbewijsvereisten (Wegenverkeerswet 1994) | Voor buitenlandse tractorbestuurders met een geldig B-rijbewijs is in Nederland specifieke T-categorie (Nederland) of erkend buitenlands landbouwrijbewijs verplicht. Dit belemmert het werken met landbouwvoertuigen in het grensgebied met Nederland voor werknemers uit Duitsland of België. | Bestuurders met een Duits T-rijbewijs en een Belgisch G-rijbewijs mogen vanaf 1 juli 2025 ook landbouwvoertuigen besturen in Nederland. | Regeling aanwijzing buitenlandse rijbewijzen LBT-voertuigen, MMBS en mobiele machines is in werking getreden op 1 juli 2025. |
| Rijbewijsvereisten (Wegenverkeerswet 1994) | Voorwaarden verbonden aan Rijbewijs C voor elektrische bedrijfsvoertuigen met een massa tot en met 4250 kg. | Chauffeurs van elektrische bedrijfsvoertuigen met een massa van meer dan 3500 kg, maar minder dan 4250 kg, zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van het rijbewijs C. Voor deze chauffeurs volstaat dan rijbewijs B. Dit scheelt in de opleidingskosten voor de opleiding voor rijbewijs C. | Besluit van 6 juni 2025 tot wijziging van het Reglement rijbewijzen en het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Vrijstelling rijbewijs C en tachograaf) is in werking getreden op 1 juli 2025. |
| Subsidie-eisen samenloop MIA/VAMIL (Wet inkomstenbelasting 2001) | Voor een aantal subsidies is de samenloop met de MIA/Vamil uitgesloten. Als voor een bedrijfsmiddel subsidie is ontvangen komt die ondernemer niet meer in aanmerking voor de energie investeringsaftrek (EIA). | Standaardisering/vereenvoudiging van de verplichtingen die moeten worden uitgevoerd. Richting ondernemers duidelijk dat zij niet twee aanvragen hoeven te doen. | De Regeling tot wijziging van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en milieu-investeringen 2009, de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001, de Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 2001, en de Uitvoeringsregeling investeringsaftrek Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES Eilanden 2010 in verband met de vaststelling van de Milieulijst 2025 en bezwaar en beroep bij RVO is in werking getreden op 1 januari 2025 De Regeling tot wijziging van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en milieu-investeringen 2009 (vaststelling Milieulijst 2026) is in werking getreden op 1 januari 2026. |
| Vereiste tenaamstelling bouwmachine met kenteken (Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB)) | Eis dat bouwmachine met kenteken nog niet op naam gesteld mocht zijn ten tijde van aanvraag. | Per 1 januari 2026 is de eis geschrapt dat een bouwmachine met kenteken nog niet tenaamgesteld mocht zijn voor de subsidieaanvraag. | De Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling is in werking getreden op 1 januari 2026. |
| Vereisten opslag zwart of rookzwart kruit (Omgevingswet) | Opslag kleine hoeveelheden zwart of rookzwart kruit. | In het Bal wordt een uitzondering opgenomen voor de opslag van kleine hoeveelheden (tot 1 kg respectievelijk 3 kg). De opslag daarvan hoeft niet te voldoen aan de eisen uit het Bal. | Interne voorbereiding ontwerp-Verzamelbesluit Omgevingswet IenW externe veiligheid (voortoets ATR). |
| Vereisten SOLAS-verdrag voor schepen (Schepenbesluit) | Alle schepen langer dan 24 meter moeten aan dezelfde, vaak slecht passende, eisen uit het SOLAS-verdrag voldoen. | Met de wijziging van het Schepenbesluit hoeven niet langer alle schepen langer dan 24 meter aan dezelfde eisen uit het SOLAS-verdrag te voldoen. | Over het ontwerpbesluit tot Wijziging heeft de Raad van State op 4 maart 2026 advies uitgebracht. |
| Vergunning aanvragen en verzoek doen voor classificatie bij activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) (Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013.) | Om bepaalde handelingen met ggo's te mogen verrichten, moet een gebruiker een verzoek om classificatie indienen op grond van artikel 2.8 van het Besluit ggo. | Verzoek tot classificatie hoeft niet meer door organismen op te nemen op de bijlagen 2, 4 en 7 van de Regeling. | Ontwerpregeling tot wijziging van de Regeling ligt voor bij ATR. |
| Vergunning aanvragen en verzoek doen voor classificatie bij activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) (Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013.) | Voor het houden van tentoonstellingen met ggo's moet een vergunning voor introductie in het milieu worden aangevraagd (artikel 3.7 Besluit ggo). | Voor het houden van tentoonstellingen wordt een vergunning voor ingeperkt gebruik voorgeschreven waarvan de beslistermijn 70 dagen korter is. De aanvrager hoeft minder gedetailleerde gegevens aan te leveren en is ca. 10 uur minder per aanvraag bezig. | Ontwerpregeling tot wijziging van de Regeling ligt voor bij ATR. |
| Vergunning aanvragen en verzoek doen voor classificatie bij activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) (Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013.) | Voor industriële activiteiten met ggo's moet per ggo een vergunning worden aangevraagd. Er vindt geen rechtstreekse inschaling naar mate van risico plaats. Voor omlaagschaling moet hierdoor opnieuw een verzoek worden gedaan. | Voor industriële toepassingen van ggo's kan per groep ggo's een vergunning worden aangevraagd. Er is dan al een risicobeoordeling en -inschaling gedaan. Een nieuw verzoek tot omlaagschaling is hiermee niet meer nodig. Ook hoeven er minder gedetailleerde gegevens te worden aangeleverd. De verwachte vermindering van tijdsbesteding per aanvraag is ca. 5 uur. | Ontwerpregeling tot wijziging van de Regeling ligt voor bij ATR. |
| Verplichting tot het indienen van informatie over emissies van zeer zorgwekkende stoffen (Omgevingswet) | Informatie over emissies van ZZS dient ingediend te worden. | Dit besluit vereenvoudigt het aanleveren van ZZS-emissiegegevens door aan te sluiten bij de infrastructuur van het e-MJV en de Emissieregistratie. De gegevens die al door bedrijven moesten worden aangeleverd, kunnen nu op een uniforme en eenvoudigere manier worden aangeleverd. Dit heeft voordelen voor bedrijven die al via het E-MJV rapporteren (zelfde systeem en werkwijze) en voordeel voor bedrijven met meerdere vestigingen verspreid over Nederland omdat hierdoor er niet bij elke Omgevingsdienst op een andere wijze hoeft te worden gerapporteerd. De rapportage hoeft slechts eenmaal in de vijf jaar te gebeuren. | Het Besluit ZZS-register is in werking getreden op 1 januari 2025. |
| Verplichtingen zeevarenden en bemanningsleden (Wet bemanning zeeschepen) | Alle bemanningsleden moeten in het bezit zijn van een monsterboekje. | De verplichting van het hebben van een monsterboekje beperkt tot de bemanningsleden die in het bezit dienen te zijn van een vaarbevoegdheidsbewijs. Voor overige bemanningsleden is dit optioneel geworden, en die kunnen volstaan met een alternatieve dienstverklaring die door de kapitein is uitgereikt. | De Wet bemanning zeeschepen is in werking getreden op 1 juli 2025. |
| Verplichtingen zeevarenden en bemanningsleden (Wet bemanning zeeschepen) | Elke zeevarende dient iedere twee jaar medisch gekeurd te worden. Dat volgt uit internationale regelgeving. Zij dienen te beschikken over een geneeskundige verklaring als bewijs dat men medisch goedgekeurd een functie aan boord te kunnen vervullen. | De verplichting voor iedere zeevarende, ook voor de buitenlandse zeevarenden die werkzaam zijn aan boord van Nederlandse zeeschepen, wordt versoepeld. De mogelijkheid wordt geïntroduceerd om geneeskundige verklaringen zeevaart die zijn afgegeven buiten de EU/EER te kunnen erkennen, indien gekeurd is in een land dat voldoet aan het STCW-verdrag en de betreffende EU-regelgeving. | De Wet bemanning zeeschepen is in werking getreden op 1 juli 2025. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Aanvraag en geldigheid omgevingsvergunning lozen van water door een uitstroomvoorziening op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk. De regel bepaalt dat een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | In artikel 8.1.12 , onderdeel d, wordt de termijn van twee jaar verlengd tot vier jaar voor het lozen van water door een uitstroomvoorziening op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk. Hierdoor is er meer tijd voor het aanvragen van een vergunning, of hoeft in het geheel geen vergunning meer te worden aangevraagd. | Het ontwerp-Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2024 ligt voor advies bij de Raad van State. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Aanvraag en geldigheid omgevingsvergunning lozen van water door een uitstroomvoorziening in de Noordzee. De regel bepaalt dat een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | In artikel 8.1.12, onderdeel f, wordt de termijn van twee jaar verlengd tot vier jaar voor het lozen van water door een uitstroomvoorziening in de Noordzee. Hierdoor is er meer tijd voor het aanvragen van een vergunning, of hoeft in het geheel geen vergunning meer te worden aangevraagd. | Het ontwerp-Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2024 ligt voor advies bij de Raad van State. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Aanvraag en geldigheid omgevingsvergunning bouwen of in stand houden van een instroomvoorziening in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk. De regel bepaalt dat een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | In artikel 8.1.12, onderdeel a, wordt de termijn van twee jaar verlengd tot vier jaar voor het bouwen of in stand houden van een instroomvoorziening in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, Hierdoor is er meer tijd voor het aanvragen van een vergunning, of hoeft in het geheel geen vergunning meer te worden aangevraagd. | Het ontwerp-Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2024 ligt voor advies bij de Raad van State. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Aanvraag en geldigheid omgevingsvergunning bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk. De regel bepaalt dat een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | In artikel 8.1.12, onderdeel c, wordt de termijn van twee jaar verlengd tot vier jaar voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk. Hierdoor is er meer tijd voor het aanvragen van een vergunning, of hoeft in het geheel geen vergunning meer te worden aangevraagd. | Het ontwerp-Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2024 ligt voor advies bij de Raad van State. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Aanvraag en geldigheid omgevingsvergunning onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk of het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk. De regel bepaalt dat een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | In artikel 8.1.12, onderdeel b, wordt de termijn van twee jaar verlengd tot vier jaar voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk of het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk. Hierdoor is er meer tijd voor het aanvragen van een vergunning, of hoeft in het geheel geen vergunning meer te worden aangevraagd. | Het ontwerp-Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2024 ligt voor advies bij de Raad van State. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Aanvragen van omgevingsvergunning beperkingengebied-activiteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk. De regel bepaalt dat een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | In artikel 8.1.13 wordt de termijn van twee jaar verlengd tot vijf jaar voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk. Hierdoor is er meer tijd voor het aanvragen van een vergunning, of hoeft in het geheel geen vergunning meer te worden aangevraagd. | Het ontwerp-Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2024 ligt voor advies bij de Raad van State |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | De regel bepaalt dat een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. Aanvraag en geldigheid omgevingsvergunning bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee. | In artikel 8.1.12, onderdeel e, wordt de termijn van twee jaar verlengd tot vier jaar voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee. Hierdoor is er meer tijd voor het aanvragen van een vergunning, of hoeft in het geheel geen vergunning meer te worden aangevraagd. | Het ontwerp-Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2024 ligt voor advies bij de Raad van State. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging met een volume van meer dan 50 m3 per kadastraal perceel in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging (artikel 8.1.11, onderdeel d, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het in stand houden bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een kanaal in beheer bij het Rijk. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het in stand houden van bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een kanaal in beheer bij het Rijk (artikel 8.1.11, onderdeel b, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het in stand houden van bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het in stand houden van bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk (artikel 8.1.11, onderdeel c, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het in stand houden van een bodemophoging of landaanwinning in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het in stand houden van een bodemophoging of landaanwinning in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn(artikel 8.1.11, onderdeel i, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het in stand houden van een bodemverharding, een kunstmatig eiland, een installatie of een inrichting als bedoeld in artikel 60 van het VN-Zeerechtverdrag, een kabel of leiding of een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de Noordzee. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het in stand houden van een bodemverharding, een kunstmatig eiland, een installatie of een inrichting als bedoeld in artikel 60 van het VN-Zeerechtverdrag, een kabel of leiding of een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn (artikel 8.1.11, onderdeel g, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het in stand houden van een bouwbord of een niet permanent bouwwerk in de periode van 1 oktober tot 1 april of het in stand houden van een kabel of leiding, een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het in stand houden van een bouwbord of een niet permanent bouwwerk in de periode van 1 oktober tot 1 april of het in stand houden van een kabel of leiding, een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee (artikel 8.1.11, onderdeel h, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het in stand houden van een verharding die geen bouwwerk is, een opgaande houtbeplanting, een werk om oeverafslag tegen te gaan, een steiger, vlonder of aanmeervoorziening en de voorzieningen die daarbij horen of een kabel of leiding in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het in stand houden van een verharding die geen bouwwerk is, een opgaande houtbeplanting, een werk om oeverafslag tegen te gaan, een steiger, vlonder of aanmeervoorziening en de voorzieningen die daarbij horen of een kabel of leiding in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is (artikel 8.1.11, onderdeel a, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het in stand houden van een zandbanket op het strand, het verplaatsen van zand op het strand of het gecombineerd binnen een kalenderjaar verrichten van die activiteiten in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het in stand houden van een zandbanket op het strand, het verplaatsen van zand op het strand of het gecombineerd binnen een kalenderjaar verrichten van die activiteiten in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee (artikel 8.1.11, onderdeel j, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk (artikel 8.1.11, onderdeel f, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |
| Aanvragen en geldig houden van een omgevingsvergunning voor beperkingengebied-activiteiten en wateractiviteiten voor rijkswateren, waterkeringen, de Noordzee en rijkswegen (Omgevingswet) | Er moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties tussen 1 oktober en 1 april in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk. Een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een termijn van twee jaar, tenzij anders bepaald. | Er geldt niet langer een termijn voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Zo hoeft er geen nieuwe vergunningaanvraag te worden ingediend voor het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties tussen 1 oktober en 1 april in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk (artikel 8.1.11, onderdeel e, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet). | Artikel III van het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2025 is op 1 januari 2025 in werking getreden. |