De overheid werkt aan het verminderen van onnodige regels. In totaal worden 500 regels die voor veel regeldruk zorgen aangepast of vereenvoudigd. Op deze pagina ziet u de stand van zaken voor het ministerie van Financiën (FIN).
Banken dienen bij financiële of vennootschappelijke reorganisaties voorafgaande instemming van DNB te hebben (Wet op het financieel toezicht (Wft))
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Het is voor een bank verboden om zonder verklaring van geen bezwaar van De Nederlandsche Bank (DNB) over te gaan tot een financiële of vennootschappelijke reorganisatie (Artikel 3:96 Wet op het financieel toezicht vervalt). |
Bij implementatie van de herziene richtlijn kapitaalvereisten voor banken (CRD6) wordt een nationaal kader voor voorafgaande instemming van DNB met bepaalde reorganisaties van banken geschrapt. Dit zorgt naar verwachting voor een gelijker speelveld in Europa en enige lastenverlichting. |
Het Wetsvoorstel ter implementatie van CRD6 is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer en treedt binnenkort in werking. |
Geschiktheid en betrouwbaarheidstoetsing leidinggevenden financiële instellingen (Wet op het financieel toezicht (Wft))
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Onder de huidige Wet op het financieel toezicht (Wft) moeten niet alleen leden van het hoger leidinggevend personeel, maar ook leidinggevenden in het tweede echelon (de laag direct onder de top) van financiële instellingen door DNB worden getoetst op geschiktheid en betrouwbaarheid. |
De kring van personen die door DNB op geschiktheid en betrouwbaarheid moet worden getoetst wordt beperkt: voor banken wordt dit teruggebracht tot uitsluitend de financieel directeur en het hoofd van de internecontrolefunctie bij grote banken, in volledige aansluiting op wat de CRD6 voorschrijft. |
Het wetsvoorstel ter implementatie van CRD6 is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer en treedt binnenkort in werking. |
|
Op grond van de artikelen 3:8 en 3:9 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) wordt het tweede echelon van verzekeraars getoetst. |
Met de implementatie van de herziene Solvency II-richtlijn wordt de kring van personen die door DNB op geschiktheid en betrouwbaarheid moet worden getoetst beperkt: voor verzekeraars wordt dit teruggebracht tot medewerkers die een sleutelfunctie vervullen. [Dit ziet op de risicobeheerfunctie, de actuariële functie, de compliancefunctie en de interneauditfunctie.] |
Het implementatievoorstel ligt bij de Raad van State voor advies. |
Centralisering toezicht op crypto (Wet handhaving consumentenbescherming)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Aanbieders van cryptoactivadiensten moeten voldoen aan regels ter bescherming van consumenten. Het toezicht op deze regels kan ertoe leiden dat zij zowel onder toezicht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) als de Autoriteit Financiële Markten (AFM) staan. |
Handhaving van de Wet handhaving consumentenbescherming ligt in beginsel bij de ACM. Voor cryptoactivadienstverleners kan dit overgeplaatst worden naar de AFM. Hiermee hebben cryptoactivadienstverleners nog maar te maken met één van die twee toezichthouders. |
De Wijzigingswet financiële markten 2026 wordt dit najaar voor advisering aangeboden bij de Raad van State. |
Controleren van klant en transactie in het kader van sanctienaleving
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Ondernemingen die verplichtingen hebben in het kader van sanctienaleving moeten onderzoeken met wie zij zaken doen en controleren of zij voldoen aan de geldende sanctieregels. Hiervoor kunnen gegevens over uiteindelijk belanghebbenden (UBO's) van belang zijn. |
Via de Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers krijgen partijen met verplichtingen in het kader van sanctienaleving óók toegang tot de UBO-registers zodat zij makkelijker aan hun verplichtingen kunnen voldoen. |
In werking getreden. |
Een vergunning aanvragen voor kredietbemiddelaars (Wet op het financieel toezicht)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Het is verboden in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning te bemiddelen. |
Bij de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2025 is hier een registratieplicht in plaats van een vergunningsplicht gerealiseerd voor grote ondernemingen die als nevenactiviteit kredietbemiddelaar zijn in gevallen van uitstel van betaling van ten hoogste 3 maanden na levering van de zaak of dienst. |
Het wetsvoorstel ligt ter behandeling bij de Tweede Kamer. |
Eisen rondom aanbieden van effecten aan het publiek (Wet op het financieel toezicht (wft), Vrijstellingsregeling Wft)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Voor aanbiedingen van effecten aan het publiek die zijn vrijgesteld van de prospectusplicht gelden nationale informatievereisten. |
Voor aanbiedingen van effecten aan het publiek die zijn vrijgesteld van de prospectusplicht wordt aangesloten bij Europese informatievereisten; nationale informatievereisten worden geschrapt. |
Dit is onderdeel van de Implementatiewet noteringen en benchmarks. De Tweede Kamer heeft op 25 juni 2026 de implementatiewet aangenomen. |
|
Vrijstellingsgrens voor prospectusplicht is €5 miljoen (lager dan EU-grens). |
Voor de vrijstellingsgrens van de prospectusplicht wordt aangesloten bij de Europese vrijstellingsgrens van €12 miljoen. Deze Europese grens ligt hoger dan de Nederlandse, waardoor door deze wijziging meer aanbiedingen van effecten aan het publiek worden uitgezonderd van de prospectusplicht. |
Dit is onderdeel van de Implementatiewet noteringen en benchmarks. De Tweede Kamer heeft op 25 juni 2026 de implementatiewet aangenomen. |
Vereisten over informatieverstrekking over duurzaamheid in de financiëledienstensector (Verordening (EU) 2019/2088 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (SFDR))
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Aanbieders van financiële producten zijn verplicht duurzaamheidsinformatie openbaar te maken, onder meer via een verplicht informatiedocument (Key Information Document). |
Nederland zet zich in voor het versimpelen van informatie over duurzaamheid, concreet door dit terug te brengen tot maximaal twee A4-pagina's, onder meer zodat informatie overzichtelijk blijft. |
Dit is onderdeel van de Nederlandse inzet voor de lopende Europese onderhandelingen voor de herziening van de verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (SFDR), ook wel de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR). |
|
Informatieverstrekking over duurzaamheid in de financiële sector. Transparantie van het promoten van ecologische of sociale kenmerken en van duurzame beleggingen in periodieke verslagen. |
Nederland zet bij de herziening van de SFDR in op het verlagen van regeldruk voor financiële marktdeelnemers, onder meer door het schrappen van rapportageverplichtingen over negatieve milieueffecten van beleggingen als deze claimen duurzaam te zijn. |
Dit is onderdeel van de Nederlandse inzet voor de lopende Europese onderhandelingen voor de herziening van SFDR. |
|
Transparantie van het beloningsbeleid met betrekking tot de integratie van duurzaamheidsrisico's. |
Nederland zet bij de herziening van de SFDR in op het verlagen van regeldruk voor financiële marktdeelnemers, onder meer door het schrappen van rapportageverplichtingen over beloningsbeleid bij financiële marktdeelnemers. |
Dit is onderdeel van de Nederlandse inzet voor de lopende Europese onderhandelingen voor de herziening van SFDR. |
|
Transparantie van ongunstige effecten op de duurzaamheid op entiteitsniveau (een verklaring over duurzaamheidsimpact). |
Nederland zet bij de herziening van de SFDR in op het verlagen van regeldruk voor financiële marktdeelnemers, onder meer door het schrappen van rapportageverplichtingen op het niveau van de gehele beleggingsonderneming. |
Dit is onderdeel van de Nederlandse inzet voor de lopende Europese onderhandelingen voor de herziening van SFDR. |
Meldplicht transacties bestuurders en commissarissen (Wet op het financieel toezicht (Wft))
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Bestuurders en commissarissen van beursgenoteerde bedrijven zijn verplicht hun transacties in aandelen en andere financiële instrumenten van het eigen bedrijf te melden bij de AFM. Nederland hanteert momenteel een drempelwaarde van €5.000 per jaar. |
Voor de meldplicht wordt aangesloten bij de minder vergaande EU-meldplicht voor leidinggevenden uit de verordening marktmisbruik. Hierdoor geldt onder meer een drempelwaarde van €20.000 per jaar, in plaats van €5.000. |
Dit is onderdeel van de implementatiewet noteringen en benchmarks. |
Prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen (Investment Firm Directive (IFD))
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Beleggingsondernemingen die wettelijke drempelwaarden overschrijden, moeten een beloningscomité en een risicocomité instellen. |
Nederland zet in het kader van een mogelijke herziening van het prudentieel raamwerk voor beleggingsondernemingen in op het beter laten aansluiten van de drempelwaardes voor het vormen van belonings- en risicocomités bij de verschillende bedrijfsmodellen en risicoprofielen. Hierdoor kan de regeldruk voor kleine beleggingsondernemingen worden verlaagd. |
Lopend. |
|
Belegginsondernemingen zijn onderworpen aan verschillende vereisten, waarbij de gehanteerde definities bij deze vereisten in sommige gevallen onvoldoende geharmoniseerd zijn of tot onduidelijkheid leiden. |
Nederland zet in het kader van een mogelijke herziening van het prudentieel raamwerk voor beleggingsondernemingen in op de verduidelijking van definities en het expliciteren van enkele bepalingen. |
Lopend. |
|
Beleggingsondernemingen moeten aan verschillende kapitaalvereisten voldoen om risico’s te ondervangen. |
Nederland zet in het kader van een mogelijke herziening van het prudentieel raamwerk voor beleggingsondernemingen in op een betere kalibratie van de methode voor het berekenen van kapitaalvereisten, om de kapitaalvereisten zo beter aan te laten sluiten op de daadwerkelijke risico’s. |
Lopend. |
|
Prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen worden bepaald aan de hand van een categorisatiemethodiek. Beleggingsondernemingen worden onderworpen aan een categorisatiemethodiek. |
Nederland zet in op het verbeteren van de risicogebaseerdheid van de huidige categorisatiemethodiek voor beleggingsondernemingen, omdat de huidige categorisatiemethodiek onvoldoende de risico’s reflecteert waaraan beleggingsondernemingen worden blootgesteld. Zo classificeren sommige beleggingsondernemingen nu bijvoorbeeld relatief snel als bank, terwijl de bedrijfsmodellen significant verschillen, en dit zou er toe kunnen leiden dat beleggingsondernemingen hun groei binnen de EU beperken. |
Lopend. |
Prudentiële verplichtingen voor banken en verzekeraars ten aanzien van securitisaties (Securitisatieverordening)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Transparantievereisten en het versoepelen van de zorgvuldigheidsverplichtingen. |
Nederland zet in op versimpeling van prudentiële regelgeving voor banken en verzekeraars ten aanzien van securitisaties bij de herziening van de securitisatieverordening. De triloog onderhandelingen lopen. Zie hiervoor het BNC-fiche van 11 juli 2025 ten aanzien van de Verordeningen wijziging Europees securitisatieraamwerk. |
Lopend. |
Rapportageverplichtingen over hypothecaire leningen aan DNB (Bankwet 1998)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Periodiek rapporteren van gedetailleerde gegevens over woning- en zakelijke hypotheken aan DNB ten behoeve van statistiek en financiële stabiliteit (Wijziging Bankwet 1998). |
Het voorstel voor de Wet rapportage hypotheekmarkt DNB voorziet in een vermindering van de hoeveelheid hypothecaire data die bij DNB moet worden aangeleverd door banken en andere financiële ondernemingen (wetsvoorstel ingediend bij Tweede Kamer). |
Wetsvoorstel ligt in de Eerste Kamer. |
Vergunningplicht voor cryptoactiva die ook als beleggingsobject kunnen worden aangemerkt (Wet op het financieel toezicht)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Voor cryptoactiva die ook als beleggingsobject kunnen worden aangemerkt geldt een dubbele vergunningsplicht. |
Op 26 november 2025 ging de minister van Financiën akkoord met een regeling die aanbieders van cryptobeleggingsobjecten vrijstelt van de vergunningplicht van artikel 2:55 Wft en Wft-gedragstoezicht door de AFM. |
De regeling is op 1 januari 2026 in werking getreden. |
Verzekeraars moeten voldoen aan de eisen vanuit de herziene richtlijn Solvency II (Directive 2009/138/EC)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Verzekeraars dienen te voldoen aan de regels vanuit de herziene richtlijn Solvency II; Beperking reikwijdte Solvency II. |
Het Europese toezichtkader voor verzekeraars is recent herzien en wordt op dit moment in Nederland geïmplementeerd. Met steun van o.a. Nederland voorziet dit gewijzigde kader in meer proportionaliteit voor verzekeraars. Zo krijgt de richtlijn een beperktere reikwijdte en vallen meer verzekeraars daarbuiten. In Nederland is op verzekeraars die buiten de reikwijdte van de richtlijn vallen het meer proportionele nationale toezichtregime van SII-basic van toepassing. Bovendien introduceert de herziene richtlijn voor verzekeraars die wel onder haar toepassingsbereik blijven vallen zogeheten evenredigheidsmaatregelen voor kleine en niet-complexe verzekeraars (SNCU’s). De evenredigheidsmaatregelen omvatten lichtere en meer proportionele regels, o.a. op het gebied van rapportage, governance en technische voorzieningen. Ook grotere verzekeraars (niet-SNCU’s) kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van specifieke evenredigheidsmaatregelen. Verwacht wordt dat dit tot regeldrukvermindering leidt. |
Wetsvoorstel ligt bij de Raad van State. |
|
Verzekeraars dienen te voldoen aan de regels vanuit de herziene richtlijn Solvency II; Proportionaliteitsregime door toevoeging SNCU's aan Solvency II. |
Het Europese toezichtkader voor verzekeraars is recent herzien en wordt op dit moment in Nederland geïmplementeerd. Met steun van o.a. Nederland voorziet dit gewijzigde kader in meer proportionaliteit voor verzekeraars. Zo krijgt de richtlijn een beperktere reikwijdte en vallen meer verzekeraars daarbuiten. In Nederland is op verzekeraars die buiten de reikwijdte van de richtlijn vallen het meer proportionele nationale toezichtregime van SII-basic van toepassing. Bovendien introduceert de herziene richtlijn voor verzekeraars die wel onder haar toepassingsbereik blijven vallen zogeheten evenredigheidsmaatregelen voor kleine en niet-complexe verzekeraars (SNCU’s). De evenredigheidsmaatregelen omvatten lichtere en meer proportionele regels, o.a. op het gebied van rapportage, governance en technische voorzieningen. Ook grotere verzekeraars (niet-SNCU’s) kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van specifieke evenredigheidsmaatregelen. Verwacht wordt dat dit tot regeldrukvermindering leidt. |
Wetsvoorstel ligt bij de Raad van State voor advies. |
Voldoen aan anti-witwasregels
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Banken zijn verplicht om bij (particuliere) klanten klantonderzoek uit te voeren. Dit houdt in dat zij gegevens moeten verzamelen en controleren, waarvoor zij nu zijn aangewezen op handmatige processen waarbij klanten regelmatig dezelfde documenten opnieuw moeten aanleveren. |
Om te voorkomen dat banken hun particuliere klanten onnodig vaak moeten benaderen voor het aanleveren van gegevens, willen wij Nederlandse banken onder strikte voorwaarden toegang geven tot BRP-gegevens die zij nodig hebben voor klantonderzoek van hun particuliere klanten op grond van de antiwitwasregelgeving. Dit is minder belastend voor zowel banken als hun klanten. |
Onlangs is een conceptbesluit wat dit mogelijk moet maken openbaar geconsulteerd. De volgende stap in het wetgevingsproces is voorhang. |
|
Financiële instellingen zijn verplicht klantonderzoek uit te voeren en verdachte transacties te melden. De financiële sector wijst op gegevensdeling als manier om naleving efficiënter en met minder gevolgen voor burgers te maken. |
FIU-NL is een van de initiatiefnemers van een Europese pilot. Deze pilot betreft een samenwerking tussen Europese FIU’s en diverse banken, in afstemming met de betrokken ministeries en toezichthouders. In deze pilot wordt uitsluitend op basis van de huidige wettelijke mogelijkheden over specifieke casussen informatie uitgewisseld tussen FIU’s onderling, tussen FIU’s en banken en tussen de banken onderling. Hierbij is aandacht voor het identificeren van toekomstige mogelijkheden op basis van artikel 75 van de nieuwe antiwitwasverordening. |
De eerste uitkomsten worden dit jaar verwacht. |
|
Handelaren moeten op grond van antiwitwasregelgeving cliëntenonderzoeksmaatregelen uitvoeren bij contante betalingen van €10.000 of meer. |
De verplichting tot cliëntenonderzoek voor handelaren is afgeschaft en vervangen door een eenvoudige, generieke limiet op contante betalingen voor goederen, die geldt sinds 1 januari 2026. |
Afgerond. |
|
Ondernemers moeten bij het aangaan van bepaalde zakelijke transacties onderzoeken met welke organisatie zij zaken doen. Daarvoor kan informatie nodig zijn over de uiteindelijk belanghebbende(n) (UBO's) van die organisatie. |
Via het wijzigingsbesluit toegang UBO-register voor natuurlijke en rechtspersonen met een legitiem belang krijgen ondernemers toegang tot de UBO-informatie van organisaties waarmee zij voornemens zijn een zakelijke transactie aan te gaan. Dit beperkt de ervaren regeldruk die ondernemers ervaren wanneer zij willen achterhalen of zij zaken doen met een bona fide partij. |
Aanhangig voor advies bij de Raad van State. |
|
Alternatieve beleggingsinstelling en Icbe's hebben de verplichting te werken met het UBO-register. |
In de huidige situatie worden beleggingsinstellingen en instellingen voor collectieve beleggingen gelijksgesteld met de trust. Dit betekent dat zij meer gegevens moeten registreren. De AMLR schrijft alleen voor dat er voor deze organisaties specifieke voorschriften gelden voor de registratie van UBO's en merkt ze niet meer aan als trusts. Als gevolg hiervan zullen deze partijen bij de implementatie onder een lichter regime geschaard worden. |
Lopend. |
|
De huidige nationale trustregelgeving kent verschillende vrijstellingen voor diensten die juridisch voldoen aan trustdienstverlening. De vrijstellingen bestaan omdat deze diensten op een andere manier gedekt worden of omdat ze niet onder trustregelgeving moeten vallen. |
Bij de implementatie wordt onderzocht hoe voorkomen wordt dat laagrisico-instellingen zoals VvE-beheerders, stichting administratiekantoren en andere vennootschappen die een laag of geen risico vormen met onnodige lasten worden geconfronteerd door als trustdienst te worden gekwalificeerd. |
Lopend. |
|
Instellingen moeten cliëntenonderzoek verrichten voorafgaand aan het aangaan van een zakelijke relatie of het uitvoeren van een transactie. Het is mogelijk om een vereenvoudigd cliëntenonderzoek te doen als de aard van een zakelijke relatie of transactie een laag risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich meebrengt. |
Met de nieuwe wetgeving hebben instellingen meer ruimte om versimpeld cliëntenonderzoek bij lage risico’s toe te passen. Daarnaast kan het verscherpt cliëntenonderzoek bij hoge risico’s flexibeler wordt uitgevoerd. FIN maakt afspraken met sector en toezichthouders om extra ruimte te benutten via maandelijkse sessies. |
Lopend. |
|
Lidstaten kunnen bepaalde dienstverleners die o.g.v. vrij verkeer van diensten actief zijn in Nederland (en dus geen fysieke aanwezigheid hebben) verplichten een centraal contactpunt in Nederland aan te stellen. |
FIN zet in op het implementeren van deze lidstaatoptie als bevoegdheid voor de toezichthouders, om te voorkomen dat elke instelling ex ante een dergelijk contactpunt moet aanstellen. |
Lopend. |
|
Overige financiële instellingen (OFI’s), zoals bijvoorbeeld kluisverhuurders, maar ook reguliere diensten als hoofdzaakcriterium vermogensbeheer, vallen alleen onder de Wwft als zij’ onder de Wwft vallende diensten verrichten. |
FIN formuleert de criteria zo nauw mogelijk binnen de vereisten van de AMLR om de groep instellingen die onder de regelgeving valt kleiner te maken. |
Lopend. |
Voldoen aan beleidsregels van Europese toezichthouders voor wetgeving omtrent financiële markten (Level-2 regelgeving) (Implementing & delegated acts)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Voldoen aan beleidsregels van Europese toezichthouders voor wetgeving omtrent financiële markten (Level-2 regelgeving). |
FIN steunt in grote mate het initiatief van de EC om de uitwerking van richtlijnen en verordeningen op het terrein van financiële markten in level 2-regelgeving (standaarden van Europese toezichthouders) aan te pakken. Het gaat hierbij om 122 level 2-maatregelen die worden uitgesteld of op termijn geschrapt. Dit kan in de toekomst meer regeldrukreductie opleveren. |
Lopend. |
Voldoen aan de AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn (Richtlijn 2011/61/EU, Implementatiewet gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Beheerders van beleggingsinstelllingen en icbe's hebben een vergunning nodig voor activiteiten naast de beheersactiviteiten. |
De richtlijn met regels voor het beheren van beleggingsinstellingen en icbe’s is gewijzigd. Bij de implementatie is ervoor gekozen om beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s met een vergunning bepaalde vergunningsvrijstellingen te geven voor activiteiten waar anders een vergunning voor nodig is. |
Het wetsvoorstel is in mei 2026 in werking getreden. |
|
Beheerders van beleggingsinstelllingen en icbe's kunnen geen bewaarder uit een andere lidstaat kiezen. |
De richtlijn met regels voor het beheren van beleggingsinstellingen en icbe’s is gewijzigd. Bij de implementatie is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om – met toestemming van de toezichthouder – een bewaarder uit een andere lidstaat dan de beheerder zelf. |
Het wetsvoorstel is in mei 2026 in werking getreden. |
Voldoen aan de Wbfo (Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Voldoen aan het Nederlandse bonusplafond. |
De huidige wetgeving maakt het lastig voor innovatieve bedrijven, zoals fintechs, om op een flexibele manier om te gaan met de uitbetaling aan werknemers (bijvoorbeeld in aandelen). |
De parlementaire behandeling van de wet chartaal betalingsverkeer is in de Tweede Kamer afgerond. Onderdeel van dit wetsvoorstel is het amendement Van Eijk c.s. (36711, 19,l) waaruit volgt dat sommige beloningsregels, waaronder het bonusplafond, voortaan gelden voor degenen die het risicoprofiel van een financiële onderneming wezenlijk beïnvloeden en dus niet voor alle personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de onderneming. |
Btw-registratie en afdracht in EU-lidstaten bij levering van diensten/goederen aan EU-consumenten (Richtlijn 2006/112/EG)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Ondernemingen die grensoverschrijdend goederen en digitale diensten leveren aan EU-consumenten moeten zich in beginsel in meerdere lidstaten voor de btw registreren. |
Het wetsvoorstel strekt tot implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Richtlijn btw in het digitale tijdperk (ook wel 'VIDA' genoemd). Dit onderdeel richt zich op de verdere uitbreiding van de bestaande éénloketregelingen in de btw. In dit kader worden bepaalde verduidelijkingen en uitbreidingen in de éénloketregelingen doorgevoerd. Daarnaast wordt de huidige regeling inzake voorraad op afroep geleidelijk afgeschaft en vervangen door een nieuwe regeling binnen de éénloketregelingen: de overbrengingsregeling. Nota bene, dit betreft een omvangrijk voorstel en heeft een lastenreductie van € 81 miljoen tot gevolg voor ondernemers. Deze vloeien met name voort uit de uitbreiding van de Unieregeling, de uitbreiding van de éénloketregelingen met de overbrengingsregeling, en de verplichting van de grensoverschrijdende verleggingsregeling. |
We verwachten dit wetsvoorstel in Q3 aan de Tweede Kamer aan te bieden. |
Het indienen van een verklaring voor fictieve dienstbrekkingen bij de Belastingdienst (Wet op Loonbelasting 1964)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Voor fictieve dienstbetrekkkingen moet (voor de loonbelasting) een verklaring worden gestuurd naar de Belastingdienst (indienverplichting opting-in). |
De Wet LB 1964 biedt de mogelijkheid om arbeidsverhoudingen die niet kwalificeren als een echte dienstbetrekking en ook niet op andere gronden worden beschouwd als een dienstbetrekking (fictieve dienstbetrekking), toch als een dienstbetrekking voor de loonbelasting te beschouwen. In plaats van een verklaring in te sturen naar de Belastingdienst, bewaart de inhoudingsplichtige de verklaring na inwerkingtreding van de voorgestelde regeling bij de loonadministratie. Dit vermindert de administratieve lasten van zowel de inhoudingsplichtige als de Belastingdienst. De wijze waarop de verklaring wordt vastgelegd is in beginsel vormvrij. |
Zit in voorstel Fiscale Verzamelwet 2027. |
Het per post moeten versturen van formulieren naar de Belastingdienst (Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR))
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Het per post moeten versturen van het formulier ‘Melding Loonheffingen Aangifte doen voor artiesten of beroepssporters' naar de Belastingdienst. |
Het voornemen is dat werkgevers deze melding vanaf 1 oktober 2026 ook digitaal kunnen doorgeven. |
Lopend. |
|
Het per post moeten versturen van het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever' naar de Belastingdienst. Dit formulier kan nu niet digitaal worden ingediend, alleen per post. |
Het voornemen is dat werkgevers zich vanaf 1 oktober 2026 digitaal kunnen aanmelden als werkgever. |
Lopend. |
|
Het per post moeten versturen van het formulier ‘Melding Loonheffingen Premies werknemersverzekeringen betalen' naar de Belastingdienst. |
Het voornemen is dat werkgevers deze melding vanaf 1 oktober 2026 ook digitaal kunnen doorgeven. |
Lopend. |
|
Het per post moeten versturen van het formulier ‘Melding Loonheffingen Uitzenden' naar de Belastingdienst. |
Het voornemen is dat werkgevers deze melding vanaf 1 oktober 2026 ook digitaal kunnen doorgeven. |
Lopend. |
|
Het per post moeten versturen van het formulier ‘Melding Loonheffingen Werkgever van meewerkende kinderen‘ naar de Belastingdienst. |
Het voornemen is dat werkgevers deze melding vanaf 1 oktober 2026 ook digitaal kunnen doorgeven. |
Lopend. |
|
Het per post moeten versturen van het formulier ‘Melding Loonheffingen Werkgever van personeel aan huis‘ naar de Belastingdienst. |
Het voornemen is dat werkgevers deze melding vanaf 1 oktober 2026 ook digitaal kunnen doorgeven. |
Lopend. |
|
Het per post moeten versturen van het formulier 'Melding Loonheffingen Afmelding werkgever' naar de Belastingdienst. |
Het voornemen is dat werkgevers op termijn deze melding digitaal kunnen doorgeven. |
Lopend. |
Het registreren en aangeven van autobelastingen (Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen (Wet BPM))
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Complexe voertuigclassificaties in de autobelastingen. |
Met het wetsvoorstel Belastingplan 2025 wordt voorgesteld om deze complexiteit weg te nemen en het doenvermogen te verbeteren door in de fiscaliteit aan te sluiten bij de definities in het kentekenregister. Er wordt daardoor automatisch aangesloten bij de geharmoniseerde begrippen die binnen de Europese Unie worden gehanteerd. Bovendien worden definitieverschillen binnen het autobelastingstelsel – tussen met name de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) en de motorrijtuigenbelasting (mrb) – hiermee opgeheven. Het voorstel leidt in de autobelastingen tot meer eenvoud, betere uitvoerbaarheid en minder administratieve lasten voor burgers en het bedrijfsleven. Nota bene, het betreft een omvangrijke regeldruk reductie die dit voorstel tot gevolg heeft (ca. 7 mln). |
Het Belastingplan 2025 is aangenomen. De vereenvoudiging gaat in per 1-1-2027. |
Naleven van 30%-regeling voor buitenlandse werknemers (Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Het forfait wordt verplicht afgebouwd in 20-maandelijkse stappen: maanden 1-20 30%, 21-40 20%, 41-60 10%; afwijken of stappen overslaan is niet toegestaan. |
In plaats van het versoberen van de expatregeling al naargelang iemand in Nederland werkt is gekozen voor het aanpassen van het tarief naar 27%. Hierdoor is voorkomen dat de administratieve lasten voor bedrijven die gebruik maken van de expatregeling is gestegen. |
Voorstel is om verlaging 30% naar 27% mee te nemen in Fiscaal Verzamel Besluit 2026. |
Toevoegen accountantsproduct bij vaststelling subsidie van €125.000 of meer (Uniform Subsidiekader)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Als een bedrijf of organisatie een subsidie van €125.000 of meer wil laten vaststellen, moet het een accountantsproduct toevoegen aan de vaststellingsaanvraag. |
FIN werkt aan de aanpassing van het Uniform Subsidiekader (verwachte publicatie: 1/1/2027) waarin de grens voor het mogen toepassen van accountantsproducten wordt opgetrokken van €125.000 naar €300.000. |
Lopend. |
Voldoen aan de eisen van de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting (DSR) (Wet Inkomstenbelasting 2001)
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
Voldoen aan de dienstbetrekkingseis om te gebruikt te maken van de DSR ab. |
De aan het slot van artikel 25, achtste lid, onderdeel a, IW 1990 opgenomen dienstbetrekkingseis met ingang van 1 januari 2025 te laten vervallen. |
Vervallen per 1 januari 2025. |
Rapportage over duurzaamheid (Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD))
|
Regel |
Actie |
Stand van zaken |
|---|---|---|
|
De duurzaamheidsrapportering dient zowel betrekking te hebben op de eigen activiteiten als op de waardeketen van de onderneming. |
De Europese Commissie heeft op 26 februari 2025 voorstellen gepubliceerd voor vereenvoudiging van de huidige duurzaamheidswetgeving, waaronder de CSRD. De inzet van Nederland in de EU is om een limiet te stellen aan hoeveel informatie CSRD-plichtige bedrijven mogen opvragen aan andere bedrijven in hun keten om aan hun CSRD-plicht te voldoen. |
De onderhandelingen van de CSRD als onderdeel van het Omnibus I-pakket zijn afgerond. De richtlijn is gepubliceerd op 26 februari 2026. De wetgeving is momenteel aanhangig bij het parlement. Het parlement wacht op verdere uitwerking van de wetgeving middels een nota van wijziging, waarmee de Omnibus-I wordt verwerkt in de reeds aanhangige CSRD-implementatiewetgeving. Onlangs heeft de Raad van State haar advies over deze nota van wijziging uitgebracht. Na verwerking van dit advies zal de nota van wijziging zo spoedig mogelijk ter verdere behandeling aan het parlement worden toegezonden. |
|
De duurzaamheidsrapportering vindt plaats volgens de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De ESRS bestaat uit honderden datapunten waarover bedrijven moeten rapporteren. |
De Europese Commissie heeft op 26 februari 2025 voorstellen gepubliceerd voor vereenvoudiging van de huidige duurzaamheidswetgeving, waaronder de CSRD. De inzet van Nederland in de EU is om het aantal datapunten waarover ondernemingen moeten rapporteren te halveren voor meer dan 50%. |
De onderhandelingen van de CSRD als onderdeel van het Omnibus I-pakket zijn afgerond. De richtlijn is gepubliceerd op 26 februari 2026. De wetgeving is momenteel aanhangig bij het parlement. Het parlement wacht op verdere uitwerking van de wetgeving middels een nota van wijziging, waarmee de Omnibus-I wordt verwerkt in de reeds aanhangige CSRD-implementatiewetgeving. Onlangs heeft de Raad van State haar advies over deze nota van wijziging uitgebracht. Na verwerking van dit advies zal de nota van wijziging zo spoedig mogelijk ter verdere behandeling aan het parlement worden toegezonden. |
|
Grote bedrijven moeten in het bestuursverslag jaarlijks een duurzaamheidsrapportering opnemen. |
De Europese Commissie heeft op 26 februari 2025 voorstellen gepubliceerd voor vereenvoudiging van de duurzaamheidswetgeving, waaronder de CSRD. De inzet van Nederland in de EU is om meer dan 80% van de bedrijven van de reikwijdte van de Richtlijn die anders wel over duurzaamheidsaspecten zouden moeten rapporteren, uit te sluiten. |
De onderhandelingen van de CSRD als onderdeel van het Omnibus I-pakket zijn afgerond. De richtlijn is gepubliceerd op 26 februari 2026. De wetgeving is momenteel aanhangig bij het parlement. Het parlement wacht op verdere uitwerking van de wetgeving middels een nota van wijziging, waarmee de Omnibus-I wordt verwerkt in de reeds aanhangige CSRD-implementatiewetgeving. Onlangs heeft de Raad van State haar advies over deze nota van wijziging uitgebracht. Na verwerking van dit advies zal de nota van wijziging zo spoedig mogelijk ter verdere behandeling aan het parlement worden toegezonden. |